en….de manier waarop er in de wereld geageerd wordt op al deze mensen.

De manier waarop de politiek erop reageert, het onbegrip, begrip…het protest, het wanstaltig gezicht van uitsluiting, angst en doem…  

het gesol en gezeul met mensen… kinderen….   sommige van hun ouders zijn misschien gelukzoekers…het merendeel zoekt toekomst voor hun kinderen…

wat zou jij doen ?

En als deze mensen dan ooit terug mogen keren, omdat er in hun land stabiliteit is, zullen ze dan gaan ?....Zullen ze dan met vreugde ontvangen worden ?....  Zullen ze hun huizen nog terug vinden… zullen ze nog geaccepteerd worden omdat ze op de vlucht zijn geslagen en anderen gebleven zijn…...

of zullen zij dezelfde reactie ontvangen als des tijds – 6e eeuw voor Christus - het Gods volk dat na gedeporteerd te zijn door de Tiran van Assyrie…. en later ook nog eens door de Tiran van Babel…terugkeerden..  De vlag hing niet uit…  Het land was kaalgevreten door de bezetter, armoe troef en nu kwamen er ook nog eens hele drommen volk terug…. het was hun droom…maar werd een nachtmerrie… profeten als Jesaja en Jeremia hebben er veel over gezegd en geschreven…. en wat zij beschreven, gebeurd nog….

Als je eens aan zo’n vluchteling zou vragen wat hij of zij nou echt zou willen… 

“wat wil je dat ik doe ?....” wat zou je dan als antwoord krijgen ?

‘Ik wil weer naar huis…. maar….’   of…. ‘ik wil veiligheid….maar….. ‘

of misschien krijg je een tegenvraag…. ‘waarom vraag je niet naar mijn naam ?’…. 

Ik herinner me een echtpaar uit Irak die zo’n 7 jaar in de Goorn hebben gewoond. Met drie kinderen op een bovenwoning…. recept voor gedoe en gezeur.  

Ik zie nog hun gezichten toen ik hen vroeg naar hun naam…. en zij met hun naam hun geschiedenis vertelden… de honden lusten er geen brood van… vervolgde Christenen uit Irak…    Hun gezicht kreeg naam, hun naam een gezicht, een verhaal… alsof ze letterlijk en figuurlijk weer mens werden…   Ze mochten vanuit de kerk hulp en contact ervaren, wonen nu in Berkhout en de buren helpen hen 

en zij de buren… leren elkaars cultuur waarderen en proeven… samen de krant spellen… tot geluk van hun kinderen… en henzelf….Zij hebben die mazzel gehad omdat er mensen in hun omgeving waren die hen met waardigheid geholpen hebben….  

Maar….en nu leen ik het voorbeeld dat Marcus ons in het Evangelie geeft…  hoeveel mensen zitten er nog langs de weg, naamloos… omdat ze vreemd zijn, wat mankeren afgerekend op wat ze zijn….blind… arm,  vluchteling…. ongelovig, gelukzoeker… islamiet…

Bar-Timeüs heet hij….vergis u niet, dat is geen eigen naam…. hier staat in het Hebreeuws: zoon van Timeüs, bar = zoon-van- Timeüs, de jongen heeft geen naam.

Wanneer hij roept wordt hem toegesnauwd de mond te houden… hij moet z’n plaats weten…langs de weg.  Jezus… mens als God zo goed…hoort hem wel, gaat naar hem toe en vraagt: ‘wat wil je dat ik doe…? ‘….  Hij antwoord; ‘dat ik ziende wordt…met anderen woorden: ‘dat ik het weer zie zitten…’.   

Hij durfde haast geen toekomst meer te zien, geloofde niet meer in mensen, monddood gesnauwd,  kansloos gemaakt.  En dan is er die ene…die werkelijk priesterlijke mens,….die hem wel hoort. Ziet en aanspreekt als medemens… 

En als er straks van deze ‘Bar-Timezen’ naar onze dorpen komen... wat doen wij dan… toesnauwen en hen langs de weg laten zitten…. of durf je te vragen: “Wat wil je dat ik doe ? “ Durf je een priesterlijk mens te zijn…durf je hen naar hun naam te vragen, hun verhaal….naar het voorbeeld van die Ene… Misschien stoot jij je neus, wil die ander – bang, of anders gelovig of psychisch of lichamelijk verminkt - , jou niet of nog niet kennen…zou je dat weerhouden om dan al die anderen ook maar links te laten liggen…. of vraag je opnieuw….Wat wil je dat ik doe ?"